- Inleiding
Deze samenwerkingsovereenkomst is tot stand gekomen in functie van het
ontwikkelen van een duidelijke en meer transparante vorm van communicatie
tussen de drie bovenvermelde actoren. In overeenstemming met de ministeriële
omzendbrief PLP 41 (B.S. 24/07/2006) heeft deze overeenkomst tot doel
aanhoudend spijbelgedrag op een constructieve manier aan te pakken.
Anderzijds wil ze een meer globale, doch vooral een meer geïntegreerde
aanpak en opvolging van agressie en delinquent gedrag in het algemeen
in en rond scholen, realiseren.
Meer en meer is immers het bewustzijn gegroeid dat een integrale aanpak
de enige optie is om adequaat aan voornoemde problematieken het hoofd
te kunnen bieden.
Met deze integrale aanpak willen de actoren tevens het algemeen gevoel
van willekeur en straffeloosheid bestrijden, een gevoel dat leeft zowel
bij slachtoffers als bij daders.
In de praktijk is het de intentie van de drie actoren om bij problemen,
antwoorden te brengen die passen in een reëel opvoedkundig kader.
Deze antwoorden zullen steunen op de middelen en de mogelijkheden van
ieder van de drie actoren in deze samenwerking.
Tenslotte beoogt deze overeenkomst eveneens een vertrouwensrelatie tussen
de partijen te creëren, waarbinnen het mogelijk moet worden om
in functie van het belang van vroegdetectie ook informatie rond mogelijke
kindermishandeling of problematische opvoedingssituaties door te geven.
- Samenwerkingsverband
De samenwerking tussen de drie actoren heeft voornamelijk tot doel,
het opzetten van een communicatiestructuur gebaseerd op een globale
en geïntegreerde aanpak van enerzijds aanhoudend spijbelgedrag
en anderzijds van delinquent gedrag in en rond scholen. De drie actoren
hebben de intentie om bij problemen steeds oog te hebben voor de pedagogische
opdracht van de school en dus vooreerst te zoeken naar educatieve, niet-repressieve
oplossingen die passen in een reëel opvoedkundig kader. Deze antwoorden
zullen steunen op de middelen en de mogelijkheden van de drie actoren.
lIl. Protocol
- Doelstelling
Het hoofddoel bestaat erin erover te waken dat de school en haar
directe omgeving een veilige omgeving vormen en blijven voor alle
betrokkenen. Hieruit vloeit voort dat de antwoorden van het parket
en de lokale politie accuraat zullen zijn bij de melding van een
strafbaar feit of bij het neerleggen van een klacht.
- Principes
De scholen verbinden zich ertoe, wanneer zij dit noodzakelijk achten,
strafbare feiten te melden aan de contactpersonen bij het parket
en de lokale politie. Zij verbinden zich er tevens toe, in de mate
van het mogelijke en in overleg met alle betrokkenen, alle stappen
te zetten om een definitieve uitsluiting uit de school te vermijden.
Het parket en de politie verbinden er zich toe de gegeven signalen
op een accurate manier te behandelen en de geoorloofde informatie
aan de betrokken school te communiceren.
- Modaliteiten en samenwerking
T.a.v. de jongere, die aanhoudend spijbelgedrag vertoont of die
een strafbaar feit pleegt, zal door politie en parket steeds een
passende reactie gegeven worden. Met het oog hierop worden de volgende
verantwoordelijkheden vastgelegd voor elke tussenkomende actor (school
- lokale politie - parket):
Concreet:
- De school vult een meldingsformulier in, eventueel ter bevestiging
van een telefonische melding en stuurt dit door naar de contactpersoon
bij de lokale politie én bij het parket.
- Het parket formuleert een antwoord aan de school én
aan de politie.
- De school wordt op de hoogte gehouden van de verdere genomen
acties en / of maatregelen.
- Wanneer de lokale politie een interventie dient uit te voeren
binnen een school of in de onmiddellijke omgeving ervan, licht
zij de schooldirectie hierover voorafgaandelijk in (binnen de
grenzen van het beroepsgeheim).
- Ter eventuele bijsturing van dit samenwerkingsconcept en de
concrete uitvoering ervan worden periodieke evaluatiemomenten
voorzien.
|
ja |